Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 16 oktober 2019

Democratie is gebaat bij demonstreren, niet bij intimidatie

Vandaag waren de incidenten die ontstonden tijdens het boerenprotest van afgelopen maandag het onderwerp van een actualiteitendebat in de gemeenteraad van Groningen. Voor D66 is het belangrijk dat we dit debat vandaag voeren, juist omdat we moeten voorkomen dat vanwege incidenten het recht op demonstreren ingeperkt zou kunnen worden. Demonstreren moet altijd kunnen. Maar het recht van de één mag nooit het recht van de ander schaden. Ook daar ging het vandaag over. Wieke Paulusma: ‘Het recht op veiligheid en het recht op het kunnen uitvoeren van je publieke functie mogen niet geschaad worden. Ook, of juist als het een politieke functie betreft, ook nog eens democratisch verkregen via verkiezingen’.
Lees hier de hele woordvoering van Wieke:

Het was een heftige maandag. Voor iedereen. Voor de boeren. Voor hun gezinnen thuis. Voor de politie aanwezig bij het provinciehuis bekogeld met stro. Staande achter een deur die ingereden werd door een tractor en hún gezinnen thuis. Voor de ambtenaren én de bestuurders in het provinciehuis die uiteindelijk onder politie escorte naar buiten moesten en hún gezinnen thuis. 

Of, voorzitter, wellicht niet thuis, maar wel via de livestream volgden wat er deze maandag allemaal gebeurde en ontspoorde in Groningen. En voorzitter, niet alleen deze mensen maakten zich zorgen of voelden zich onveilig, dit gold ook voor inwoners in de stad die nietsvermoedend langs de Vismarkt fietsten, door de Herestraat liepen of op een bus stonden te wachten.

Voorzitter, voor D66 is het belangrijk dat we dit debat vandaag voeren, omdat wij juist het recht op demonstreren zo belangrijk vinden. Dat je mag zeggen waar je wakker van ligt en waar je boos over bent. Dat moet altijd kunnen. 

Maar voorzitter, wat ook moet kunnen is dat mensen in deze stad zich veilig voelen. En wat zeker moet kunnen is dat je als openbaar bestuurder en als ambtenaar je werk moet kunnen doen. Veilig. Dat we niet tornen aan de legitimiteit van de democratische besluitvorming. Want voorzitter, wie wil er straks de politiek nog in? Of voor de publieke zaak werken als we onze zin halen ‘met geweld, intimidatie en dreiging’ op wat voor manier dan ook ‘normaal en nodig’ gaan vinden. 

D66 stelt daarom in aansluiting op de Partij voor de Dieren en GroenLinks nog de volgende twee vragen:
Aan het eind van de middag werd er een strop opgehangen voor het provinciehuis, in afwachting van gedeputeerden en statenleden die naar buiten kwamen. Bent u het met ons eens, en hopelijk is dit een ongelooflijk open deur en daarmee een overbodige vraag, dat dit soort uitingen lokale politici niet alleen intimideren en bedreigen, maar ook het veilig uitvoeren van hun politieke taak, democratisch verkregen via verkiezingen, onmogelijk maakt en daarmee ontoelaatbaar zijn? Want voorzitter; ik zei het net ook al; wie wil er straks de politiek nog in als dit de manier van je recht halen wordt? 

En voorzitter. Afgelopen maandag heeft naast emotionele schade ook fysieke schade aangericht. Kapotgereden hekken, omgereden paaltjes, het omgeploegde Martini Kerkhof. Waar wordt de schade die de stad heeft geleden verhaald? Kan het college iets zeggen over de afhandeling hiervan?

Voorzitter tot slot. D66 koestert de democratie. Dat we, zoals we ook al eerder aangaven,  het recht hebben om te demonstreren. Maar dat we ook, via onze gekozen volksvertegenwoordigers invloed kunnen uitoefenen. Het recht van de een mag alleen nooit het recht van de ander in de weg zetten. Of hun werk onveilig maken. Je zin met geweld halen mag nooit normaal worden.